De krant van Rowwen Hèze

24-12-2008

Wat vinden Limburgse muzikanten van de Top 2000?

Dat was de centrale vraag tijdens een vroeg kerstdiner dat Dagblad De Limburger voor een aantal muzikanten uit de provincie organiseerde.

Onze zanger schoof namens Rowwen Hèze aan en ook Renate Dirix (zangeres van de middeleeuwse popband Reicarnatus) Henk Steijvers (zanger Janse Bagge Bend/Carboon) en Maastrichtenaar Eric Jaspers beter bekend als het Maastrichtse schlagerfenomeen Dieter Koblenz prikten een vorkje mee.

Journalisten Ivar Hoekstra en Peter van de Berg maakten er een mooi verhaal dat je vandaag in De Limburger kunt lezen, maar ook hier op de site. Voor filmpjes van het diner kun je terecht op de website van De Limburger.


Limburgse kanttekeningen bij een lijst van tweeduizend liedjes

Het wordt onderhand een kersttraditie in deze krant. Aan de vooravond van de Top 2000 debatteren met Limburgse muziekiconen over de zin en onzin van een liedjeslijst. Dit jaar namen Jack Poels (51, zanger van Rowwen Héze), Renate Dirix (39, zangeres van de middeleeuwse popband Reicarnatus) Henk Steijvers ( 59, zanger Janse Bagge Bend/Carboon) en last but not least Maastrichtenaar Eric Jaspers beter bekend als het Maastrichtse schlagerfenomeen Dieter Koblenz (43) plaats aan de kerstdish.

Door Ivar Hoekstra en Peter van de Berg

Onze prikkelende openingsvraag ‘of in de Top 2000 wel de beste liedjes staan’ maakt de tongen los nog voor Dieter Koblenz zijn tanden heeft uitgedaan voor de soep. “Limburg van Rowwen Héze is de op één na hoogste Limburgse notering in de lijst (109 red.) maar ik vind dat dus niet hun beste nummer”, lijkt Henk Steijvers al direct de confrontatie te zoeken met Jack Poels. Met de nadruk op lijkt want Jack blijkt het er gewoon mee eens te zijn. “Misschien is ‘Limburg’ niet ons allerbeste liedje, maar het heeft zich wel het beste genesteld in het collectief geheugen van de muziekliefhebber. Niet alleen in Limburg, ook erbuiten. Heel Nederland zingt het mee op concerten.” Leuk zo’n meezinger maar de echte parel in de platenkast van de formatie uit Horst is volgens Steijvers ‘Peel in Brand’. “Dat roept zo sterk het gevoel dat je vroeger als kind had op. Prachtig. En dat zeg ik niet omdat Jack hier nu toevallig aan tafel zit.” Maar Jack zit heel toevallig wel aan tafel en dus wordt het tijd voor een rondje ‘ik vind jou goed, hoe vind je mij’.Want laat Jack nu net ‘Leef is mien land’ van Carboon een van de mooiste Limburgse nummers ooit vinden. “Dat zou voor mij zo het Limburgs volkslied mogen worden.” Daar is Renate Dirix het volledig mee eens. “Ik kom uit een echt mijnwerkersgezin. Ik ben de jongste van zeven kinderen en mijn oudere broer draaide die elpee van Carboon helemaal grijs. Ik raak nu nog ontroerd als ik ‘Leef is mien land’ of ‘Koempel Sjeng’ hoor.” Maar helaas pindakaas voor Carboon en Henk Steijvers, de mijnwerkersblues heeft de lijst nog nooit gehaald. Dialectmuziek legt het af tegen het keurige ABN van Marco Borsato. “Maar wat wil je ook als zelf ons eigen Limburgs volkslied in het Nederlands is. ‘Bronsgroen Eikenhout in het ABN. Dat zou niet mogen” laat Eric Jaspers zijn Limburgs hart spreken. “Of een liedje nou in het Limburgs, Fries of in het Drents is, als het goed is hoort het thuis in de Top 2000.” Helaas verschilt de voorkeur voor het Limburgse dialectlied per streek enorm zodat een grote Limburgse lobby om Carboon in de lijst te krijgen al bij voorbaat kansloos lijkt. Eric Jaspers: “Ik zeg het maar eerlijk: ik als Maastrichtenaar heb niks met liedjes over de mijnen. Gewoon omdat dat mijn belevingswereld niet is. En ik vind het briljant hoe Jack Poels over dat desolate Noord-Limburg kan schrijven. Maar ook die wereld ken ik niet. Als ik mijn huis uit loop zie ik geen koeien maar winkels. Als je mij dus vraagt naar het beste Limburgse lied zeg ik ‘Het hart van Mestreech’ van Johnnie Blenco. Dát is mijn belevingswereld.”

Natuurlijk zou Jack Poels zijn tafelgenoot nu om de oren kunnen slaan met de feiten. Rowwen Héze is met vier noteringen  immers Limburgs hofleverancier van de Top 2000. Maar Poels houdt niet van scorebordjournalistiek. “Natuurlijk ben ik blij met die noteringen. Rond deze tijd word ik er door fans ook wel op aangesproken. Al betekent dat heus niet dat je er veel meer platen door verkoopt. En ik besef ook donders goed dat een notering in de Top 2000 niet alles zegt over de kwaliteit van een nummer.” Maar dat neemt niet weg dat mede dankzij het succes van Rowwen Héze maar ook van Ge Reijnders (met Blaosmuziek op 69 weer de hoogste Limburgse notering in de lijst red) het Limburgs dialect in Nederland wel meer serieus wordt genomen. “Dat spotje van de SNS-bank  met de stem van Maud Hawinkels. Zou vroeger in heel Nederland achterlijk zijn gevonden. Nu wordt het juist enorm gewaardeerd en staat het accent juist voor gemoedelijkheid én betrouwbaarheid.  Mede dankzij ‘Limburg’ van Rowwen Héze. Daar ben ik van overtuigd”, zegt Steijvers die zelf al in 1983 het goede voorbeeld gaf door met het dialectnummer ‘Sollicitere’ de top tien te halen. “We kwam op acht in de Top 40. Daar moest je toen nog veertigduizend singles voor verkopen. Nu sta je met dat aantal verkochte singles weken op de eerste plaats.” Maar jammer genoeg is ‘Sollicitere’ in Hilversum wat in de vergetelheid geraakt. En wat de Radio 2 lezer niet kent, daar stemt die niet op. Jack Poels: “Het is toch een zichzelf in standhoudend mechanisme. Radio 2 draait door het jaar toch voornamelijk liedjes die in de Top 2000 staan. Andere zenders zien het succes daarvan en kopiëren het. De luisteraar hoort dus veel dezelfde liedjes en dus is het logisch dat hij daar vervolgens ook weer op stemt.” Al kon er dit jaar helemaal niet gestemd worden. Dit jaar is de Top 2000 samengesteld uit het gemiddelde van de afgelopen negen jaar. Vooral voor nieuwe band als Reincarnatus een tegenvaller. De nieuwe cd van de band was afgelopen jaar immers uitgeroepen tot ‘Radio 2 CD van de week’ en kreeg veel airplay. Dat had wellicht voor een notering in de lijst kunnen zorgen. “Dat weet ik niet hoor”, zegt Dirix bescheiden, “wij geven namelijk geen singles uit. Dat heeft voor ons weinig zin. Het publiek dat singles koopt of liever gezegd download is niet ons publiek.” En ook niet het publiek van Henk Steijvers die zich haast verslikt in zijn voorgerecht. “Op MTV zie je alleen maar van die gangsters met kettingen om die voortdurend in hun kruis staan te graaien. En de meisjes zijn alleen maar speeldozen. Die platen doen het goed in de Top 40 maar waar gaat dat over!” Het is de aanzet voor een onvervalst kwartiertje mijmeren over de popprogramma’s van vroeger. Eric Jaspers, inmiddels getransformeerd in Dieter Koblenz, geeft een perfecte imitatie van de presentator van het Duitse Formel Eins ten beste (‘Heute wollen wir marchieren!’), Jack Poels vraagt zich hardop af wat er toch met die zanger van ‘If i had words’ (‘je weet wel van die TopPop clip in de kerk’) is gebeurd en Renate Dirix mijmert over die prachtige jaren tachtig video van OMD’s Joan of Arc (‘met dat paard in de sneeuw’). Henk Steijvers herinnert zich als oudste tafelheer nog ‘Van Oekels Discohoek’ en komt –terwijl we wachten op het hoofdgerecht- met een fraaie anekdote die hij hoorde van zijn adviseur die destijds ook de zaken van Van Oekel regelde. “Van Oekel werd op weg naar de studio ineens niet goed. Maar omdat die te pas en te onpas ‘ik word niet goed!’, riep, nam niemand dat serieus. Bleek het toch vrij ernstig te zijn en moest Van Oekel hals over kop naar het ziekenhuis. Loopt mijn adviseur een paar uur later de ziekenzaal op, zit daar Van Oekel in ziekenhuishemd die triomfantelijk roept: ‘Ha, ha! Heb ik tóch nog een opname vandaag!’

Het is hard maar waar, met het dampend hoofdgerecht voor ons neus constateren we dat we oud worden. De jachtige muziekwereld waarin bijna iedereen illegaal download en clips van You Tube ript, is niet de habitat waarin onze tafelgasten zich thuis voelen. “Wij worden oud en de hits waar wij mee opgroeiden worden net zo oud”, mijmert Eric Jaspers. En dankzij de Top 2000 raken we die oude hits maar niet kwijt en zullen we ze tot in ons graf blijven neuriën. En dan kan Henk Steijvers wel quasi hip roepen dat die de laatst van zijn dochter gekregen cd van Coldplay ook heel leuk vindt, als je Henk even uit het oog verliest draait die toch weer stiekem ‘My Generation’ van The Who. Als kind van de jaren tachtig kun je Renate Dirix nog altijd wakker maken voor de klagerige stem van Talk Talk zanger Mark Hollis (‘Such a shaaammmmee!’), Jack Poels maak je dolblij met ‘Daydream Believer’ van The Monkees en zonder ‘God Only Knows’ van The Beach Boys gaat Eric Jaspers niet naar bed (zijn alter ego Dieter Koblenz is het met die keuze overigens niet eens, die kiest voor ‘Jeanny’ van Falco). Of het ook daadwerkelijk de beste nummers zijn, daar zijn we zelf nu het toetje voor onze snufferd staat niet uit. Jack Poels verwoordt het Top 2000 gevoel misschien nog wel het beste. “Niet de kwaliteit van de muziek maar de kwaliteit van de herinnering die je aan een bepaald nummer hebt, bepaald de waarde van een liedje.” Als de koffie op is, de wijn nog maar eens wordt bijgeschonken en de stemming losser wordt, komen we in een discussie over het meest erotische nummer in de Top 2000. Renate Dirix noemt verrassend ‘Follow Me’ van Amanda Lear. ‘Maar dat was toch een travestiet?’, meent Dieter. ‘Nee, dat was haar broer’, zegt Henk. Daar komt de kok uit de keuken. De hint is duidelijk. Het is ver na middernacht. Tijd om te gaan. ‘De erotiek van de Top 2000’ is een mooi gespreksthema voor volgend jaar.